dinsdag 2 augustus 2016

Welcome to the hotel Californië......


Als we ’s ochtend uit de Valley vertrekken krijgen we nog een mooi cadeautje mee in de vorm van een ‘bear sighting’. Aan de overkant van de weg en de rivier scharrelt een moeder beer met een cub langs het water, onverstoorbaar en ongevoelig voor alle stoppende auto’s en fotograferende toeristen.


Als we het park uit rijden zien we overal alweer files ontstaan. Op deze zomerse zaterdag wordt Yosemite overspoeld door dagjesmensen. Het wordt ons echt te druk.

We komen die middag uit in het 45 mijl verderop gelegen Mariposa, een leuk oud stadje. Een hotelkamer vinden valt niet mee, aangezien veel mensen hier onderweg naar Yosemite logeren. Uiteindelijk zien we het Hotel Mariposa Inn aan Main Street en proberen hier nog eens ons geluk te beproeven. Het is een heel oud gebouwtje en de entree bestaat uit niets meer dan een klapdeur en een trap. Boven aangekomen lijkt het of we terug zijn gegaan in de tijd. Bij een soort huiskamer annex kantoor moeten we aanbellen. Een oud mannetje kijkt ons vreemd aan. Op de vraag of hij een ‘vacancy’ heeft is hij niet zeker en gaat hij bellen… naar zichzelf. De telefoon aan de andere kant van het kantoor gaat over. “Well, that was quick”, zegt hij, verbaasd over zijn eigen actie. Gelukkig gaat hij op zoek naar zijn vrouw, die ons kan vertellen dat ze net een annulering heeft ontvangen en dat we de ‘last room in town’ mogen hebben. De kamer is meer dan geweldig: bloemetjesbehang, draperieën langs de ramen en schilderijen in de wc. Het is oud en het kraakt en wij vinden het een soort paradijsje. Aan de achterkant is een balkonnetje, waar de kolibries af en aan vliegen.



De volgende ochtend ontbijten we op het oude balkon, waar de kolibries elkaar de tent uitvechten om het laatste beetje suikerwater. Als de eigenaresse dit komt bijvullen zucht ze dat ze zoveel werk aan ze heeft.


Dan wordt het tijd om naar Clovis te gaan voor familiebezoek. Els woont met haar man Rick in een prachtig huis en Marijke is er ook. Het was heel erg leuk om de familie na 9 jaar weer eens te ontmoeten. We zullen Marijke later ook in Los Angeles weer zien, waar ze met ons mee gaat om oom Mart en tante Corrie – de tweelingzus van Michiel’s vader - te bezoeken. Dat zal een bijzonder bezoek worden, aangezien de vader van Michiel in mei is overleden.

In de weken voorafgaand aan ons bezoek zijn Els en Rick druk bezig geweest met het bemachtigen van een speelgoedteckel, die je in Amerika bij de Cheerios kunt krijgen. We kwamen hem op Facebook tegen en hadden gezegd dat we die teckel dringend nodig hadden: deze lijkt namelijk sprekend op Sofie. Zij zagen de sport er wel van in en hebben heel wat dozen Cheerios gekocht, waar natuurlijk steeds een ander figuurtje in bleek te zitten, maar geen teckel. Uiteindelijk zijn ze er in geslaagd en zijn wij de trotse bezitters van een eigen dierenasiel én een pak Cheerios.


Die middag rijden we door naar Sequoia National Park, waar we de tent opzetten op een heuvel. Het is walk in, dus we moeten alles naar boven dragen. Iets vergeten in de auto betekent een kleine extra oefening van de beenspieren. Omdat we moe zijn ‘koken’ we mac and cheese bij de tent en houden we het na zonsondergang niet heel lang meer vol. We gaan lekker slapen. In de tent die scheef staat.

Vandaag gaan we Sequoia en Kings Canyon bekijken.

We zullen ons kampeeravontuur in Julia Pfeiffer Burns State Park inderdaad moeten laten varen. De campgrounds in dit gebied zijn op last van de brandweer tot tenminste 13 augustus gesloten. Erg jammer voor ons, maar voor de inwoners van het gebied is het natuurlijk veel erger. Highway 1 is nog wel open voor doorgaand verkeer, dus we kunnen er misschien nog wel langs. We hebben onze verblijven in Monterey en Morro Bay allebei met een dag verlengd, zodat we wel op dezelfde route blijven. Mocht Highway 1 alsnog afgesloten worden, dan zullen we er omheen moeten rijden en een stuk van de route langs de Pacific Coast moeten missen. 

zaterdag 30 juli 2016

Glacier Point: strompelend van de berg af


Al maanden geleden hadden we een plaats in een hikers bus geboekt met de bedoeling om ons bij Glacier Point te laten droppen en vervolgens terug te hiken naar de Valley. We wisten dat dit een uitdaging zou worden en dat was ook zo.

Glacier Point torent boven de Valley uit, vlakbij zou je zeggen. Toch doet de bus er een dik uur over om boven te komen. De rit in de bus was op zich al erg leuk. Onderweg vertelt de chauffeur allerlei interessante wetenswaardigheden over het gebied waar we doorheen rijden. Echt de moeite waard. Eenmaal boven aangekomen is er geen weg meer terug, want de bus gaat leeg ergens anders heen en neemt geen spijtoptanten mee. Je kunt hier kiezen voor de 4 mile trail, die langs de bergwand – steil naar beneden én in de zon – rechtstreeks naar de Valley gaat. Je kunt de Panorama Trail lopen van 8,2 mijl, ofwel 13,5 kilometer. Wij kozen voor de laatste en het was prachtig.

Tijdens deze trail kun je genieten van ongelofelijk mooie vergezichten en de vegetatie. Ook is het boven best lekker rustig in vergelijking met de Valley die 3000 voet onder ons ligt. Toch was de hike van deze lengte erg pittig in de brandende zon met een temperatuur van meer dan 30 graden. Ook is de trail lang niet overal goed begaanbaar. Bovendien gaat hij niet alleen maar naar beneden, maar onderweg ook een keer een mijl lang vrij steil omhoog. De laatste 4 mijl waren erg zwaar: moeilijk begaanbaar en erg steil, wat een grote belasting op voeten en beenspieren oplevert. Onderweg vullen we een keer onze waterflessen uit een bron. Je hebt in deze omstandigheden echt heel veel water nodig.



We hebben besloten dat we morgen vertrekken en een hotel gaan zoeken buiten Yosemite. We hoorden vandaag het gerucht dat er branden zijn bij Big Sur, wat ook nog op onze route ligt. De kers op de taart nog wel. Morgen uitzoeken wat we hier mee aan moeten

Meteorieten en Bodie


Gisteravond waren we getuige van een wel heel bijzonder verschijnsel. Monique merkte plotseling brandende stukken op in de lucht. Het bleek te gaan om een meteorietenregen die precies in een baan over ons heen trok. We konden er een poosje naar kijken voor ze achter de bergen verdwenen. Dit was wel heel bijzonder om te zien.

 Vanochtend waren we weer vroeg wakker. Na de bacon met eieren zijn we vertrokken richting Bodie, een ghost town in de middle of nowhere. Het is sinds een tijdje een State Park, je kunt er vanaf 09.00 uur tegen betaling in. Hoewel het voor veel reizigers uit de richting ligt is het zeer de moeite waard hiervoor een stukje om te rijden.



 Bodie is in de 19e eeuw gesticht als goudzoekersstadje en heeft in die tijd grote bloei door gemaakt. In de jaren ’30 kwam de klad er in. De goudmijn werd gesloten en de laatste bewoners vertrokken in 1942. Met achterlating van vrijwel al hun spullen, waardoor je in veel panden gewoon nog de huisraad ziet staan. De bewoners lieten dit achter omdat het duurder was om het mee te nemen. De meeste wegen in die tijd waren tolwegen en je moest naar gewicht betalen. Alles wat je in de panden in Bodie ziet is onaangeroerd gebleven en wordt door de National Park Service beheerd. Zelf het stof op de spullen hebben ze niet weggehaald.
Het is erg de moeite waard een wandeling door het stadje te maken. Hoe vroeger je komt, hoe beter, vooral voor het maken van mooie foto’s zonder moderne mensen er op. Toen wij er waren was het nog heel rustig, maar toen we na een paar uur weggingen werd het steeds drukker.
Van Bodie is het via de Tioga pas vrij makkelijk om in Yosemite National Park te komen. Naar Valley is het dan nog wel twee uur rijden. Wat ons onmiddellijk opviel is dat het veel drukker is dan zeven jaar geleden, ook in de buurt van Tuolumne Meadows. Dat het in de Valley druk zou zijn hadden we wel verwacht en dat kwam ook echt uit. Het is er enorm druk.



Mammoth Lakes. Of is het Oostenrijk?


Omdat we de Devils Postpile willen bezoeken rijden we naar Mammoth
Lakes. Om er te komen moet vanaf het bezoekerscentrum de shuttlebus nemen, met je eigen auto kun je niet verder. Het bezoekerscentrum is ook wintersportcentrum, compleet met jodelhut en Oostenrijks aandoende gebouwen. ’s Zomers is het een walhalla voor bikers. Het ziet er allemaal keurig uit.
De bus gaat op drukke tijden iedere twintig minuten en je kunt onderweg overal in- en uitstappen. Na een stuk de hoogte in te zijn gereden stappen we uit en lopen een korte hike naar Devils Postpile, die bestaat uit een hoge basaltformatie. Deze is 100.000 jaar geleden ontstaan als afkoelende lava, die vervolgens te maken kreeg met een gletsjer. De formatie bestaat uit honderden kolommen (‘posts’). In de loop der jaren zijn er ook de nodige omvallen, die op een hoop liggen (‘pile’).

We lopen nog een paar kilometer door naar Rainbow Fall, een erg mooie waterval. Daarna moet het weer omhoog naar een plek waar de shuttlebus stopt. Een hele klim, zeker met 35 in de volle zon. Het blijkt maar weer dat het geen overbodige luxe is om veel water mee te nemen, ook op een korte hike van een paar kilometer.
Vanmiddag lekker even bij de tent gehangen onder een boom. Dat kan ook erg lekker zijn.
Vanavond naar Mono Lake gereden, hier vlakbij. Dit bijzondere meer – onderdeel van het Great Basin – kan zijn water nergens kwijt, anders dan door verdamping. Hierdoor blijven er enorm veel zouten en mineralen in achter, waardoor het meer 2,5 keer zo zout is als de zee. We bekijken de tufas: kolommen van mineralen en zouten, die zich in de loop de jaren in het water hebben gevormd. Omdat de waterstand in de loop van de laatste decennia steeds verder is gedaald is een aantal boven water uit gekomen en staat een deel zelfs droog. Ze vormen grillige, soms een beetje spooky aandoende vormen. Alweer zo’n bijzonder natuurverschijnsel in dit schitterende gebied.


Morgen richting Yosemite…..







June Lake: eindelijk kamperen


Voordat we onderweg gaan naar June Lake rijden we nog door de Twenty Mule Team Canyon, een onverharde weg door een gebied met kleurrijke rotsen, badlands en desolate heuvels. Het is een korte, maar spectaculaire rit. We rijden niet in een 4x4, maar het is prima te doen.




We rijden naar het Noorden door Death Valley en komen langs prachtige zandduinen, dichtbij Stovepipe Wells. Daarna gaat het 20 mijl lang gestaag omhoog. Er staat een advies langs de weg om de airco uit te zetten om oververhitting van de motor te voorkomen en dat blijkt geen overbodige waarschuwing. Hoewel we een flinke auto hebben, heeft deze merkbaar moeite met de klim. Via twee bergpassen komen we in de buurt van de Alabama Hills en kunnen we door een dal een heel eind richting Bishop rijden.

In Bishop halen we een broodje bij de van oorsprong Nederlandse bakker Erik Schat. Als we de winkel binnen lopen – wat verwacht je van een bakkerswinkel – komen we in een soort happening terecht. In de winkel is het stervensdruk en het ‘echt Nederlandse Sheep Hearders Bread’ blijkt een echte hype. De bakker heeft de American Dream goed begrepen. Onze vier sneetjes van dit bijzondere brood kostten 18 dollar. Lekker brood, dat dan weer wel.

Als we verder rijden wordt het landschap weer groener en zien we de buitentemperatuur gelukkig wat dalen. We zitten op de camping Oh! Ridge bij June Lake, een prachtige plek. ’s Avonds koelt het aardig af, we hebben zelfs een trui aangetrokken en we zien de eeuwige sneeuw op de bergen. Een grotere tegenstelling met Death Valley kun je je bijna niet voorstellen.



Morgen de omgeving verkennen, onder andere Devil’s Postpile. Wordt vervolgd.



dinsdag 26 juli 2016

Van Las Vegas naar Death Valley, inclusief uitstapjes.


Omdat we vandaag relatief weinig kilometers maken – van Las Vegas naar Furnace Creek in Death Valley,  hebben we uitgebreid de tijd om onderweg interessante bijzonderheden te bekijken.




We willen nu echt wel weg uit het gekkenhuis Las Vegas en dus rijden we op deze maandagmorgen de stad uit naar onze eerste stop: Red Rock State Park, een half uurtje rijden vanaf de stad. Hier zien we weer de spectaculaire uitzichten die het zuidwesten van de VS te bieden heeft. In het compacte park rijden we de loop langs de spectaculaire rode rotsten en voert de weg ons hoger en hoger naar fantastische uitzichten. De beplanting bestaat uit een soort grote yucca’s en overal staan waarschuwingsbordjes voor overstekende tortoises, schildpadden. Het is erg warm, dus ook niet echt weer voor een hike, ook niet voor een korte van 3 mijl.





Red Rock State Park is een geweldige plek om in de buurt van Las Vegas weer even terug te keren in ongerepte natuur. Echt een aanrader voor wie in de buurt is en er even uit wil.



We gaan onderweg naar Death Valley, maar al na een paar kilometer wordt onze aandacht getrokken door het bordje Spring Mountain Ranch State Park. We besluiten de ranch te gaan bekijken.



 We worden rondgeleid door een alleraardigste vrijwilliger, ongetwijfeld een gepensioneerde. Zijn achternaam verraadt zijn Duitse afkomst en als hij begint te vertellen over één van de bewoonsters van de ranch – de van oorsprong Duitse actrice Vera Krupp – merken wij dat hij vermoedt dat Duitsers nog altijd als ‘fout’ zouden moeten worden gekwalificeerd. Hij verontschuldigt zich bijna dat hij zelf ook van Duitse afkomst is. We kunnen hem geruststellen door de te zeggen dat wij in Duitsers tegenwoordig vooral prettige buren zien. En of wij Vera Krupp kennen? Nee, afgezien van de naam “starck wie Kruppstahl” dan..



De geschiedenis van de ranch is op zich niet heel interessant, maar Amerikanen verstaan de kunst om er wel een heel verhaal van de te maken en dat gebeurt ook hier. Zo komen allerlei historisch bekende figuren voorbij in het verhaal over het huis, dat pas in 1947 werd gebouwd en dus eigenlijk nog heel jong is.



Dan rijden we door naar Death Valley, waar het heet is. Heel erg heet: we meten tot 52 graden Celsius. Onderweg maken we al even kennis met Zabriskie Point, waar we een klein stukje naar boven moeten klimmen om foto- en videomateriaal te maken. Lopen in die temperatuur wordt heel snel heel zwaar, zeker als je naar boven gaat. En het is nog uitkijken ook: met de harde, hete wind merk je niet dat je zweet en veel vocht verliest. Je moet hier écht een hele flinke watervoorraad bij je hebben en veel drinken.  



Furnace Creek Ranch, waar we overnachten, ziet er op zich leuk uit. Een aardige oase in de verzengende hitte. Toch zie je hier wel wat ‘wear and tear’: achterstallig onderhoud, de nodige provisorische reparaties en een wat gebrekkige schoonmaak. Toch is het best leuk om in een cabin te verblijven en ach: het restaurant serveert een uitmuntende pork chop, een hele dikke karbonade die je in Nederland nergens meer vindt.



Direct na het eten vertrekken we weer om foto- en filmmateriaal te verzamelen van de zonsondergang. In het licht van de laagstaande zon kleuren de bergen spectaculair! Een hele goede plek om hier van te genieten is de Artist Drive, een weg die langs een paar spectaculaire uitzichten voert. Vooral rond zonsondergang fantastisch.




We rijden in de schemering ook nog even door naar Badwater Basin. Op deze plek, ver onder zeeniveau en het laagste punt op aarde, heeft zich in de loop van miljoenen jaren water uit de bergen verzameld, dat onderweg allerlei mineralen en zout heeft meegevoerd. Een proces dat nog steeds door gaat. Het resultaat is een merkwaardige vlakte van voornamelijk zout, waarin ook nog een poel met water zit. Dat is natuurlijk heel erg zout en dat verklaart ook de naam Badwater, slecht water.



Een mooie overgang vandaag van het hectische Las Vegas naar het bijna buitenaardse gebied waar we nu zijn. Morgen gaan we noordwaarts en dan écht ons kamp opzetten en lekker kamperen!

We vermoeden dat we de komende dagen geen wifi hebben, we houden het blog wel bij en posten waar het kan....






maandag 25 juli 2016

Las Vegas


Toen we hier in 2009 waren wilden we er gillend weer uit……. Wat een gekkenhuis. In 2013 was het de plek waar Karin en Marc weer naar Nederland zouden vliegen en ook Nienke wilden we Las Vegas niet onthouden. Het is gewoon te bizar…. Nu kwamen we er langs want we willen graag een keer in Death Valley overnachten. Echt een klik is er voor ons niet, we wilden wel graag een keer een helikoptervlucht maken (lees Monique) . En dat hebben we gedaan. We vonden het allebei een geweldige ervaring. Onderweg werd goede muziek gedraaid, U2, Coldplay en op het moment dat je de Grand Canyon invliegt hoor je een wat bombastisch muziekje dat de dramatiek verhoogt.



We hadden een zeer informatieve piloot. Hij vertelde ons veel over de omgeving en Las Vegas. Bijvoorbeeld dat de lichtbundel bij het Luxor 52 dollar per minuut aan stroom kost. Wat een verspilling, ja….ja…. ik weet het….. we doen er zelf aan mee door hier te komen.

Heel grappig om te bemerken dat je allemaal “Jasper typetjes” ziet lopen bij Pappilion  (het bedrijf dat de rondvluchten verzorgd)…… Keurig wit overhemd, strepen op de schouder…….. zelf werden we rondgevlogen door iemand die de tweelingbroer van Mehran zou kunnen zijn.

We werden ’s ochtends opgehaald bij ons hotel en gebracht naar een verzamelplek. Vandaaruit richting Boulder. De luchthaven ziet er keurig verzorgd uit. Heel erg geslaagd allemaal, een zeer professionele organisatie, werkelijk niets op aan te merken.



’s Middags nog even naar de Bootbarn. Toch weer geslaagd om een paar laarsjes te kopen.

’s Avonds nog even naar de strip….. de nadruk op even, we vinden er niet veel aan. Daarna terug naar het hotel waar Michiel de laatste verbeteringen in zijn scriptie aanbrengt zodat die op tijd op tijd binnen is voor zijn verdediging op 30 augustus. Toch fijn om 2 ½ jaar studeren naast je eigen bedrijf in de lucht te houden af te kunnen sluiten.



Morgen Death Valley…….