zaterdag 30 juli 2016

June Lake: eindelijk kamperen


Voordat we onderweg gaan naar June Lake rijden we nog door de Twenty Mule Team Canyon, een onverharde weg door een gebied met kleurrijke rotsen, badlands en desolate heuvels. Het is een korte, maar spectaculaire rit. We rijden niet in een 4x4, maar het is prima te doen.




We rijden naar het Noorden door Death Valley en komen langs prachtige zandduinen, dichtbij Stovepipe Wells. Daarna gaat het 20 mijl lang gestaag omhoog. Er staat een advies langs de weg om de airco uit te zetten om oververhitting van de motor te voorkomen en dat blijkt geen overbodige waarschuwing. Hoewel we een flinke auto hebben, heeft deze merkbaar moeite met de klim. Via twee bergpassen komen we in de buurt van de Alabama Hills en kunnen we door een dal een heel eind richting Bishop rijden.

In Bishop halen we een broodje bij de van oorsprong Nederlandse bakker Erik Schat. Als we de winkel binnen lopen – wat verwacht je van een bakkerswinkel – komen we in een soort happening terecht. In de winkel is het stervensdruk en het ‘echt Nederlandse Sheep Hearders Bread’ blijkt een echte hype. De bakker heeft de American Dream goed begrepen. Onze vier sneetjes van dit bijzondere brood kostten 18 dollar. Lekker brood, dat dan weer wel.

Als we verder rijden wordt het landschap weer groener en zien we de buitentemperatuur gelukkig wat dalen. We zitten op de camping Oh! Ridge bij June Lake, een prachtige plek. ’s Avonds koelt het aardig af, we hebben zelfs een trui aangetrokken en we zien de eeuwige sneeuw op de bergen. Een grotere tegenstelling met Death Valley kun je je bijna niet voorstellen.



Morgen de omgeving verkennen, onder andere Devil’s Postpile. Wordt vervolgd.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten