Voordat we
onderweg gaan naar June Lake rijden we nog door de Twenty Mule Team Canyon, een
onverharde weg door een gebied met kleurrijke rotsen, badlands en desolate
heuvels. Het is een korte, maar spectaculaire rit. We rijden niet in een 4x4,
maar het is prima te doen.
We rijden
naar het Noorden door Death Valley en komen langs prachtige zandduinen,
dichtbij Stovepipe Wells. Daarna gaat het 20 mijl lang gestaag omhoog. Er staat
een advies langs de weg om de airco uit te zetten om oververhitting van de
motor te voorkomen en dat blijkt geen overbodige waarschuwing. Hoewel we een
flinke auto hebben, heeft deze merkbaar moeite met de klim. Via twee bergpassen
komen we in de buurt van de Alabama Hills en kunnen we door een dal een heel
eind richting Bishop rijden.
In Bishop
halen we een broodje bij de van oorsprong Nederlandse bakker Erik Schat. Als we
de winkel binnen lopen – wat verwacht je van een bakkerswinkel – komen we in
een soort happening terecht. In de winkel is het stervensdruk en het ‘echt
Nederlandse Sheep Hearders Bread’ blijkt een echte hype. De bakker heeft de
American Dream goed begrepen. Onze vier sneetjes van dit bijzondere brood
kostten 18 dollar. Lekker brood, dat dan weer wel.
Als we
verder rijden wordt het landschap weer groener en zien we de buitentemperatuur
gelukkig wat dalen. We zitten op de camping Oh! Ridge bij June Lake, een
prachtige plek. ’s Avonds koelt het aardig af, we hebben zelfs een trui
aangetrokken en we zien de eeuwige sneeuw op de bergen. Een grotere
tegenstelling met Death Valley kun je je bijna niet voorstellen.
Morgen de
omgeving verkennen, onder andere Devil’s Postpile. Wordt vervolgd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten